Small textMedium textMaximum text
 
Ik ben werknemer
 
 
Ik ben met pensioen
 
 
Ik ben uit dienst
 

A
Abtn
In de Actuariële en bedrijfstechnische nota (Abtn) wordt het (financieel) beleid van een pensioenfonds en de grondslagen van dit beleid vastgelegd.

Actuarieel
Aanduiding voor berekeningen ten aanzien van pensioen of financiering, waarbij (wiskundige) rekentechniek, levenskansen, rekenrente etc. rol spelen.

Actuaris
Wiskundige die gespecialiseerd is in het vaststellen van premies en reserves voor verzekeraars en pensioenfondsen.

AFM (Autoriteit Financiële Markten.)
De AFM houdt toezicht op het adequaat functioneren van de financiële markten en op het gedrag van partijen die actief zijn op het gebied van sparen, beleggen, verzekeren en lenen. Het verstrekken van juiste informatie en het correct handelen van alle deelnemers bij het aanbieden en afnemen van financiële producten en diensten zijn daarbij de belangrijkste criteria. De AFM is een zelfstandig bestuursorgaan dat valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Financiën.

Asset Liability Management-studie (ALM-studie)
Een techniek om, bij verschillende scenario’s en uitgangspunten, het effect van bepaalde ontwikkelingen in de beleggingen en de verplichtingen op de financiële positie van een pensioenfonds inzichtelijk te maken.

Assetmix
De verdeling van de beleggingen over aandelen, obligaties, vastgoed etc.

B

Beleidsdekkingsgraad
De gemiddelde dekkingsgraad van de laatste 12 maanden. Voor looptijden langer dan 20 jaar wordt daarbij steeds een gestileerde rente gebruikt, die wordt bepaald met gebruikmaking van de zogenaamde 'UFR-methodiek'.

Beleggingsrendement
De optelsom van directe en indirecte beleggingsopbrengsten uitgedrukt als percentage van het gemiddeld belegd vermogen exclusief die opbrengsten.

Benchmark
Een objectieve maatstaf waaraan de eigen prestaties van de belegger kan worden afgemeten. Een bekende maatstaf is de S&P 500 voor Amerikaanse aandelen.

C

Code Pensioenfondsen
De Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid hebben samen de Code Pensioenfondsen opgesteld. De code bevat bepalingen over het functioneren van de verschillende bestuurlijke organen binnen een pensioenfonds en gaat in op daaraan gekoppelde thema’s als benoemingen en zittingstermijnen. Verder worden richtlijnen vastgesteld over onderwerpen als integraal risicomanagement, beloningen, diversiteit en verantwoord beleggen. Partijen beogen met de code de verhoudingen binnen het pensioenfonds en de communicatie met de belanghebbenden transparanter te maken en bij te dragen aan het versterken van ‘goed pensioenfondsbestuur’.

Compliance officer
Een functionaris die is aangesteld om toe te zien op de naleving van de gedragscode en wettelijke regelingen door de onderneming en door werknemers.

Continuïteitsanalyse
Pensioenfondsen voeren minimaal eens per drie jaar een continuïteitsanalyse uit. De opzet ervan is voorgeschreven door DNB. Deze analyse biedt inzicht in de financiële risico's en de sturingskracht van de beleidsinstrumenten. Tevens kan een pensioenfonds er zijn premie- en toeslagbeleid mee onderbouwen.

D

De Nederlandsche Bank (DNB)
Bij wet ingestelde instelling die toezicht houdt op pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen.

Dekkingsgraad
Een percentage dat de verhouding tussen het aanwezige vermogen en de pensioenverplichtingen weergeeft. Er zijn verschillende berekeningsmethodieken en tijdsaanduidingen mogelijk voor de berekening van de dekkingsgraad. Zie ook de begrippen 'aanwezige dekkingsgraad', 'beleidsdekkingsgraad' en 'economische of zuivere dekkingsgraad'.

Dekkingstekort
Een pensioenfonds heeft een dekkingstekort wanneer de dekkingsgraad lager is dan het minimaal vereist eigen vermogen van circa 105%.

Derivaten
Verhandelbare financiële contracten waarvan de waarde afhankelijk is van een of meer onderliggende activa, referentieprijzen of indices. Voorbeelden van derivaten zijn aandelenopties, (valuta-)termijncontracten, aandelenfutures, renteswaps en swaptions.

Directe beleggingsopbrengsten
Opbrengsten bestaande uit huur, rente en dividend.

Duration
Getal dat aangeeft met hoeveel procent de waarde van een portefeuille of van de voorziening pensioenverplichtingen stijgt of daalt bij een daling of stijging van één procent van de rente. De duration kan gebruikt worden als maatstaf voor de rentegevoeligheid. Hoe hoger de duration, des te groter zal de waardeverandering zijn bij een rentewijziging. Zie ook het begrip 'Modified duration'.

E

Ervaringssterfte
Alles wat een verschil kan veroorzaken tussen de sterfte van de gehele bevolking en de populatie van een specifiek pensioenfonds.

Europese Centrale Bank (ECB)
Verantwoordelijk voor het monetaire beleid voor alle landen die de euro als munteenheid voeren. Hoofd van de nationale centrale banken.

Emerging Markets
Zie het begrip ‘Opkomende Markten’.

F

Financieel Toetsingskader (FTK)
Regelgeving die pensioenfondsen verplicht de bezittingen te waarderen op marktwaarde en de pensioenverplichtingen vast te stellen door de toekomstige uitgaande kasstromen contant te maken op basis van een door De Nederlandsche Bank (DNB) gepubliceerde rentecurve. Deze regelgeving is in 2015 opgevolgd door het 'nieuw Financieel Toetsingskader (nFTK).

Franchise
Het deel van het salaris dat bij de berekening van het pensioen en van de premie buiten beschouwing wordt gelaten.

G

H

I

Indirecte beleggingsopbrengsten
Het gedeelte van de beleggingsopbrengsten dat wordt gevormd door waardeveranderingen van de beleggingen en de valutaresultaten.

Intern toezicht
Het beoordelen van het functioneren van het (bestuur van het) pensioenfonds door onafhankelijke deskundigen. Bij Pensioenfonds Heijmans is hier invulling aan gegeven in de vorm van een visitatiecommissie. Het intern toezicht maakt deel uit van de principes voor Pension Fund Governance.

J


K

Kostendekkende premie
De premie die nodig is om de onvoorwaardelijke onderdelen van de pensioenregeling in het betreffende jaar en voor de lange termijn na te komen. Voor pensioenfonds Heijmans betreft dit de koopsom voor het financieren van de toeslagen van de opgebouwde pensioenen van degene die op 31 december 2012 deelnamen aan de regeling en vanaf dat moment een onafgebroken dienstverband hebben bij Heijmans.

L


M

Minimaal Vereist Eigen Vermogen
Pensioenfondsen dienen over een minimum eigen vermogen te beschikken dat bestaat uit componenten voor verzekeringstechnisch, beleggings- en kostenrisico. Aan de eis van het Minimaal Vereist Eigen Vermogen is voldaan wanneer de dekkingsgraad circa 104% bedraagt.

N

Nieuw Financieel Toetsingskader (nFTK)
Nieuw wettelijk toetsingskader voor pensioenfondsen met ingang van 1-1-2015 en daarmee de opvolger van het Financieel Toetsingskader (FTK). Ook onder het nFTK dienen pensioenfondsen de bezittingen te waarderen op marktwaarde en de pensioenverplichtingen vast te stellen door de toekomstige uitgaande kasstromen contant te maken op basis van een door De Nederlandsche Bank (DNB) gepubliceerde rentecurve.

O

Opkomende markten (Emerging Markets)
Financiële markten in landen die wat economische ontwikkeling betreft achterliggen bij de meeste westerse landen, maar bezig zijn met een inhaalbeweging. De economieën vertonen doorgaans een volatieler karakter dan ontwikkelde (westerse) markten. Voorbeeld van opkomende markten zijn Zuid Amerika, India, China, Rusland en Oost-Europa.

Overlevingstafel
Tafel opgesteld door het Actuarieel Genootschap op basis van waarnemingen in een bepaalde periode, aangevende per leeftijd de kans om na een jaar nog in leven te zijn. Onderscheid wordt gemaakt tussen de tabel voor de Gehele Bevolking Mannen (GBM) en die voor de Gehele Bevolking Vrouwen (GBV).

P

Pensioenovereenkomst
In de pensioenovereenkomst worden de arbeidsvoorwaarden tussen werkgever en werknemers vastgelegd welke betrekking hebben op pensioen.

Pension Fund Governance
De wijze waarop het pensioenfonds is georganiseerd (structuur) en de verantwoordelijkheden worden uitgevoerd (processen).

Performance
Het door de vermogensbeheerders gedurende de verslagperiode gerealiseerde beleggingsrendement, na aftrek van kosten in vergelijking tot een brede marktindex die als benchmark dient. Verslaan de vermogensbeheerders de benchmark dan is sprake van 'outperformance'. Blijven zij achter dan leveren zij 'underperformance'.

PVI
Afkorting van 'premievrijstelling bij invaliditeit'. Wanneer een deelnemer (al dan niet blijvend) arbeidsongeschikt wordt, wordt de pensioenopbouw premievrij voortgezet. De werkgever betaalt vooraf een premie waarmee het pensioenfonds een voorziening vormt om zich tegen de lasten van de premievrije opbouw in te dekken. De last wordt in zijn geheel genomen op het moment dat een deelnemer arbeidsongeschikt wordt.

Q


R

Rekenrente
De rente waarmee, voor het vaststellen van de hoogte van de voorziening pensioenverplichtingen, de toekomstige uitgaande kasstromen contant worden gemaakt. In het Financieel Toetsingskader (FTK) en het nieuw Financieel Toetsingskader (nFTK) is de door De Nederlandsche Bank (DNB) gepubliceerde rentecurve bepalend voor de rekenrente. Zie de begrippen ‘swaprente’ en ‘Ultimate Forward Rate (UFR)-methodiek’ voor een nadere uitleg over de DNB-aanpak.

Renteswap
Ruilovereenkomst, waarbij twee partijen variabele 6-maandsrentes en een vaste lange rente ruilen, maar niet de contractuele hoofdsom (de ‘notional’) waarover de rentes worden berekend. De marktwaarde van een renteswap op het moment van afsluiten is nul, maar kan daarna zowel positief als negatief worden.

Rentetermijnstructuur
Een set van rentes voor iedere looptijd om de verplichtingen van een pensioenfonds te waarderen.

Reservetekort
Een fonds heeft een reservetekort als het aanwezige eigen vermogen kleiner is dan het vereist eigen vermogen, maar groter is dan het minimaal vereist eigen vermogen.

S

Solvabiliteit
De mate waarin het pensioenfonds in staat is om aan haar lange-termijn-verplichtingen te voldoen.

Swaprente
Rentes die banken onderling hanteren als vaste rente in ‘renteswaps’. De swap-rente geeft weer tegen welke vaste rente marktpartijen bereid zijn de variabele 6-maands rente te ruilen. Een 30-jaarsswaprente van 2,5% betekent dat marktpartijen bereid zijn om 30 jaar lang een variabele 6-maandsrente te ruilen tegen een vaste rente van 2,5%.

T

Toereikendheidstoets
Een door de actuaris uitgevoerde toets waarin de financiële positie van het fonds wordt beoordeeld.

U

Uitsluitingenbeleid
Door het bestuur vastgesteld beleid om niet te beleggen in specifieke aandelen of obligaties.

Uitvoeringsovereenkomst
Overeenkomst tussen de werkgever en het pensioenfonds met betrekking tot de uitvoering en financiering van de pensioenovereenkomst.

Ultimate Forward Rate (UFR)-methodiek
Methodiek die DNB hanteert om een rentecurve te construeren waarmee, voor het vaststellen van de hoogte van de voorziening pensioenverplichtingen, de toekomstige uitgaande kasstromen contant worden gemaakt. Voor de looptijden t/m 20 jaar gebruikt DNB daartoe de ‘swaprente’. Voor langere looptijden worden swaprentes gecombineerd met zogenaamde ‘ultimate forward rates’, vaste hoogtes van 1-jaars rentes ver in de toekomst. Dit leidt tot gestileerde rentes voor looptijden langer dan 20 jaar. 

V

Valutatermijncontract
In een valutatermijncontract leggen twee partijen een verbintenis vast om verschillende valuta tegen elkaar uit te ruilen op een latere datum en tegen een wisselkoers die wordt vastgelegd op het moment van afsluiten van het contract.

Verantwoordingsorgaan (VO)
In het verantwoordingsorgaan zijn deelnemers, pensioengerechtigden en de werkgever vertegenwoordigd. Het VO heeft de bevoegdheid een oordeel te geven over het handelen van het bestuur aan de hand van het jaarverslag, de jaarrekening en andere informatie. Daarnaast heeft het VO adviesrechten met betrekking tot specifiek omschreven onderwerpen. Ook heeft het VO rechten waar het gaat om zeer zwaarwegende besluiten die samenhangen met de continuïteit van het fonds.

Vereist Eigen Vermogen
Het vereist eigen vermogen is bij pensioenfondsen in het algemeen gelijk aan het eigen vermogen dat nodig is om 97,5 procent zekerheid te hebben dat het belegd vermogen een jaar later ten minste gelijk is aan de technische voorzieningen.

Visitatiecommissie
Commissie van onafhankelijke deskundigen die is belast met het intern toezicht en die de wijze waarop het pensioenfonds wordt aangestuurd beoordeelt.

Volatiliteit
De technische term voor de beweeglijkheid van financiële waarden zoals aandelen. Aandelen van opkomende markten zijn doorgaans volatieler dan aandelen van ontwikkelde markten. Volatiliteit is één van de maatstaven voor beleggingsrisico.

Voorziening pensioenverplichtingen (VPV)
De, met inachtneming van sterftekansen en rekenrente, vastgestelde balanspost, die de contante waarde van de per de balansdatum opgebouwde pensioenrechten en -aanspraken aangeeft.

W

Waardeoverdracht
Overdracht van de waarde van de premievrije pensioenrechten, opgebouwd tijdens het dienstverband bij een eerdere werkgever, aan het uitvoeringsorgaan van de pensioenregeling van een volgende werkgever.

X


Y

Yield
Het ingerekende toekomstige rendement per jaar van een obligatie. Dit is het verwachte rendement dat precies aansluit bij de huidige marktprijs van de obligatie.

Z

Privacybeleid| Copyright 2016 ActuIT